Na de inkomsten komen nu de vaste lasten op de maandbegroting. Hiervoor maak je een nieuw kopje aan onder het totaal van de inkomsten zodat het duidelijk is dat het de uitgaven betreft.
Daarna beginnen we met de vaste lasten. Zoals ik gisteren heb uitgelegd zijn dat de lasten die het belangrijkst zijn om te betalen omdat de gevolgen groot zijn als je daarmee een achterstand oploopt.
Hierbij is je huis als eerste belangrijk. Dus we beginnen we met de huur of de hypotheek.
Als je een huis huurt en je krijgt daarvoor huurtoeslag, dan moet je er goed opletten dat je dat niet dubbel telt. Als je de huurtoeslag al onder inkomsten hebt gezet, moet je onder 'uitgaven' de bruto huur neerzetten, dus het bedrag zonder dat je de huurtoeslag ervan af hebt getrokken. Het kan ook zijn dat de huurtoeslag al is verrekend met je huur en dat je daarom maandelijks minder huur hoeft te betalen, in dat geval moet je de huurtoeslag niet noteren onder inkomsten, omdat je die niet daadwerkelijk binnen krijgt. Doe je dat wel dan houd je op papier meer geld over dan in de praktijk, waardoor de kans aanwezig is dat je meer uitgeeft dan dat je binnen krijgt.
Als je een huis gekocht hebt en daarvoor een hypotheek hebt afgesloten zet je het bedrag wat je maandelijks betaalt aan de hypotheek ook op de begroting. Let er wel op dat dit meerdere bedragen kunnen zijn als je verschillende delen hebt in je hypotheek. Als je bijvoorbeeld een spaarhypotheek hebt, dan betaal je bijvoorbeeld rente over het geleende bedrag, maar leg je daarnaast ook een deel in. In veel gevallen is het verplicht om een levensverzekering bij de hypotheek af te sluiten. Schrijf deze dan ook bij de hypotheekkosten, zodat je altijd precies weet wat je voor je hypotheek per maand kwijt bent.
Ook hierbij geldt dat wanneer je hypotheekrenteaftrek krijgt, dat je dat niet dubbel telt. Je schrijft dan de hypotheekrenteaftrek bij je inkomsten en neemt onder uitgaven de bruto hypotheeklasten op.
Je huurcontract stop je in de map en die bewaar je zolang je het huis huurt. Van de huurspecificaties die je krijgt bewaar je ook de laatste vijf jaar.
Het koopcontract van je huis bewaar je bij je hypotheekgegevens. Meestal krijg je bij het afsluiten van de hypotheek een map met daarin alle bepalingen en voorwaarden. Daarbovenop krijg je elk jaar een jaaroverzicht van de betaalde rente en de stand van zaken op dat moment. Dit bewaar je ook ten minste 5 jaar. Zorg ervoor dat alle correspondentie met betrekking tot je hypotheek bij elkaar bewaard wordt, dan scheelt het zoeken als je een keer die gegevens nodig hebt.
Morgen verder met de vaste lasten. Voor nu bewaar vooral je bonnetjes en schrijf je uitgaven op. Is er inmiddels al post gekomen? Maak het meteen open en leg het op zo'n plaats/in een bakje dat je er in elk geval binnen een week wat mee gaat doen.
Overzicht krijgen in geldzaken? Wil je weten waar je geld naar toe gaat? Zie je als een berg tegen je financiële administratie op? Liggen er nog stapels ongeopende enveloppen? Op deze blog werken we aan een stappenplan om op een laagdrempelige manier overzicht te krijgen in al je geldzaken.
Posts tonen met het label uitgaven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitgaven. Alle posts tonen
woensdag 28 januari 2015
dinsdag 27 januari 2015
Dag 8: uitgaven overzicht
Als het goed is, hebben we nu al onze inkomsten op een rijtje. Vanaf vandaag gaan we ons bezig houden met de uitgaven. Deze zijn globaal in drie verschillende categorieën in te delen. In de eerste plaats zijn er de vaste lasten die elke maand terugkomen en waar je niet gemakkelijk onderuit kan zonder verstrekkende gevolgen. Ik bedoel dan de kosten voor huur of hypotheek (tenzij je hem al hebt afgelost natuurlijk), kosten voor gas en elektriciteit en water, en een paar verzekeringen, met name de zorgverzekering en de opstalverzekering zijn hierbij belangrijk. Sommigen zetten boodschappen hier ook onder, omdat je voor je dagelijkse behoeften natuurlijk wel moet eten en drinken. Ik kies daar niet voor, omdat het bedrag voor boodschappen niet maandelijks gelijk is, maar heel erg kan verschillen.
De tweede categorie bevat vrijwillige vaste lasten, omdat ze maandelijks (of een andere periode) terugkomen. Het verschil met de eerste categorie is dat je zelf de verplichting bent aangegaan. Bijvoorbeeld telefoon, internet, tv. Je kunt zonder, maar als je ervoor gekozen hebt betekent dat wel een betalingsverplichting. Hetzelfde geldt voor het hebben van een auto. Als je er één hebt, dan moet je die verzekeren en wegenbelasting betalen. Dat is een verplichting en daarom een vaste last, maar die ben je zelf aangegaan, je kunt zonder (in de meeste gevallen). Ook rente en aflossing op schulden vallen onder deze categorie, als je geen schulden hebt, dan ben je meteen van deze kosten af.
De derde categorie bestaat uit variabele lasten, dat zijn al die uitgaven die geen verplichtend karakter hebben en ook niet regelmatig terugkomen. Ze zijn nuttig of leuk, maar je kunt in de meeste gevallen ook zonder. Hieronder vallen cadeautjes, benzine, boodschappen, uitstapjes, vakantie etc.
Soms is het helemaal niet duidelijk tot welke categorie een uitgave hoort. En het kan zijn dat een heel andere indeling voor jou beter werkt dan voor iemand anders. Dat is ook niet erg. Deze categorieën geven alleen maar aan welke prioriteiten je moet stellen als het gaat om geld uitgeven. Die eerste categorie is daarbij heel belangrijk. Een huurachterstand of hypotheekachterstand kan grote problemen geven. Dus die betaal je voordat je een vakantie boekt of een groot cadeau koopt. Daarna is de tweede categorie aan de beurt om te betalen. Lukt dat niet, of wil je dat niet meer? Dan zeg je die verplichtingen op of je kiest voor een goedkoper alternatief.
De komende dagen gaan we beginnen met de uitgaven in de maandbegroting, waarbij we globaal deze drie categorieën aanhouden. Dan zal ik ook proberen tips te geven om prioriteiten te stellen van de uitgaven die je hebt.
Vergeet je niet om de bonnetjes van vandaag en de uitgaven te noteren?
De tweede categorie bevat vrijwillige vaste lasten, omdat ze maandelijks (of een andere periode) terugkomen. Het verschil met de eerste categorie is dat je zelf de verplichting bent aangegaan. Bijvoorbeeld telefoon, internet, tv. Je kunt zonder, maar als je ervoor gekozen hebt betekent dat wel een betalingsverplichting. Hetzelfde geldt voor het hebben van een auto. Als je er één hebt, dan moet je die verzekeren en wegenbelasting betalen. Dat is een verplichting en daarom een vaste last, maar die ben je zelf aangegaan, je kunt zonder (in de meeste gevallen). Ook rente en aflossing op schulden vallen onder deze categorie, als je geen schulden hebt, dan ben je meteen van deze kosten af.
De derde categorie bestaat uit variabele lasten, dat zijn al die uitgaven die geen verplichtend karakter hebben en ook niet regelmatig terugkomen. Ze zijn nuttig of leuk, maar je kunt in de meeste gevallen ook zonder. Hieronder vallen cadeautjes, benzine, boodschappen, uitstapjes, vakantie etc.
Soms is het helemaal niet duidelijk tot welke categorie een uitgave hoort. En het kan zijn dat een heel andere indeling voor jou beter werkt dan voor iemand anders. Dat is ook niet erg. Deze categorieën geven alleen maar aan welke prioriteiten je moet stellen als het gaat om geld uitgeven. Die eerste categorie is daarbij heel belangrijk. Een huurachterstand of hypotheekachterstand kan grote problemen geven. Dus die betaal je voordat je een vakantie boekt of een groot cadeau koopt. Daarna is de tweede categorie aan de beurt om te betalen. Lukt dat niet, of wil je dat niet meer? Dan zeg je die verplichtingen op of je kiest voor een goedkoper alternatief.
De komende dagen gaan we beginnen met de uitgaven in de maandbegroting, waarbij we globaal deze drie categorieën aanhouden. Dan zal ik ook proberen tips te geven om prioriteiten te stellen van de uitgaven die je hebt.
Vergeet je niet om de bonnetjes van vandaag en de uitgaven te noteren?
Abonneren op:
Posts (Atom)